ECLI:NL:CRVB:2013:BY9343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na geschiktheid voor eigen werk vastgesteld door verzekeringsartsen
Appellante was werkzaam als steksteekster en ontving sinds haar ziekmelding op 4 maart 2010 een Ziektewet-uitkering. Op basis van onderzoek en rapportages van verzekeringsartsen werd zij per 29 november 2010 weer geschikt geacht voor haar eigen werk, waarna het UWV haar uitkering beëindigde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit eveneens ongegrond en oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de conclusie dat appellante geschikt was voor haar werk kon worden gedragen.
In hoger beroep betwistte appellante de juistheid van dit oordeel, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen. De rapportages van de verzekeringsartsen vormden een voldoende basis om te concluderen dat appellante niet ongeschikt was voor haar werk. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het besluit tot beëindiging van de uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 29 november 2010 wegens geschiktheid voor het eigen werk.