ECLI:NL:CRVB:2009:BI9936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting over en/of-rekeningen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand vanaf 23 augustus 2005. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad stelde na informatie van de Belastingdienst vast dat appellant mede-rekeninghouder was van twee en/of-rekeningen met een saldo van €13.615,66, waarvan hij geen melding had gemaakt.
Het College herzag de bijstandsuitkering op grond van artikel 54 lid 3 WWB Pro en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug op basis van artikel 58 lid 1 WWB Pro. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwist appellant dat de tegoeden tot zijn vermogen behoren.
De Raad stelt vast dat de vooronderstelling geldt dat het saldo op een bankrekening op naam van een betrokkene tot diens vermogen behoort, ook bij en/of-rekeningen, omdat rekeninghouders ieder afzonderlijk over het tegoed kunnen beschikken. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet over deze tegoeden kon beschikken, ondanks het ontbreken van transacties in de relevante periode en de meervoudige tenaamstelling. Ook het feit dat de Belastingdienst de tegoeden niet tot het belastbare vermogen rekent, is niet relevant voor het College.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-melding van tegoeden op en/of-rekeningen wordt bevestigd.