ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0704
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag buitengewoon pensioen wegens onvoldoende bevestiging verzetsactiviteiten
Appellante diende in januari 2006 een aanvraag in voor een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, stellende dat zij eind 1944 betrokken was bij verzetsactiviteiten zoals het verspreiden van illegale lectuur, vervoer van wapens en voedsel voor verzetsmensen. De Stichting 1940-1945 voerde een onderzoek uit op basis van beschikbare historische archieven en dossiers, waaronder die van haar echtgenoot die ook verzetsdeelnemer was.
Het onderzoek leverde geen objectieve bevestiging op van de door appellante geclaimde activiteiten, behalve een eenmalige verklaring van haar echtgenoot over een wapenvervoer. Referenten konden niet worden benaderd en gegevens over een genoemde baby, die een rol zou hebben gespeeld, werden niet gevonden. Verweerster wees de aanvraag af omdat de activiteiten onvoldoende omvang en duur hadden om als verzetsdaden te worden erkend.
De Raad toetste het besluit en concludeerde dat verweerster niet onredelijk had gehandeld en dat het besluit in rechte stand kon houden. Hoewel begrip werd getoond voor de spanningen die appellante destijds heeft ervaren, is erkenning als verzetsdeelnemer alleen mogelijk bij voldoende bevestigde feitelijke verzetsdaden die verder gaan dan hand- en spandiensten.
De Raad wees het beroep af en kende geen vergoeding van proceskosten toe. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juni 2009.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een buitengewoon pensioen wordt afgewezen wegens onvoldoende bevestiging van verzetsactiviteiten.