ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan concreet procesbelang bij weigering 32-urige arbeidsovereenkomst
Appellant ontving sinds december 2004 een bijstandsuitkering en weigerde in augustus 2007 een aangeboden arbeidsovereenkomst van 32 uur per week te tekenen, omdat hij financieel zou achteruitgaan. De Intergemeentelijke Sociale Dienst Walcheren (SDW) legde daarom een verlaging van zijn uitkering op, welke meerdere malen werd verlengd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in tegen het besluit van 3 januari 2008, dat zijn bezwaar ongegrond verklaarde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat appellant de arbeidsovereenkomst op redelijke gronden had geweigerd vanwege onduidelijkheden over essentiële arbeidsvoorwaarden, maar verwierp zijn bezwaar dat het inkomen bij 32 uur onvoldoende was. In hoger beroep stelde appellant dat het inkomen te laag was om in zijn levensonderhoud te voorzien. SDW stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat appellant inmiddels een 40-urige arbeidsovereenkomst had geaccepteerd.
De Raad stelde vast dat appellant inderdaad sinds februari 2008 een 40-urige arbeidsovereenkomst had en recent werkloos was geworden, waardoor de vraag over de 32-urige arbeidsovereenkomst mogelijk in de toekomst weer relevant kan zijn. De Raad oordeelde echter dat er onvoldoende concreet procesbelang was voor een inhoudelijke beoordeling, omdat appellant geen gunstiger resultaat kan bereiken met dit hoger beroep. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en zag af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concreet procesbelang.