ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij opschorting bijstand
Appellant ontving sinds december 2004 een bijstandsuitkering op grond van de WWB. In het kader van een periodiek heronderzoek werd hij door de Intergemeentelijke Sociale Dienst Walcheren (SDW) verzocht om aanvullende gegevens aan te leveren. Hoewel appellant enkele gegevens inzond, werden niet alle gevraagde documenten tijdig ontvangen. SDW schortte daarom het recht op bijstand op en gaf een hersteltermijn. Nadat appellant alsnog de ontbrekende gegevens had ingezonden, werd de opschorting opgeheven, maar kreeg hij een waarschuwing opgelegd wegens het niet tijdig nakomen van de inlichtingenplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen deze waarschuwing, maar dit werd door de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat hij direct alle gevraagde gegevens had aangeleverd en streefde hij naar een principiële uitspraak over de vraag of hij tijdig had gehandeld. De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant geen concreet belang had bij een inhoudelijke beoordeling; de uitkomst zou hem niet gunstiger maken.
De Raad baseerde zich op vaste rechtspraak dat een bestuursrechter slechts inhoudelijk toetst wanneer het resultaat van het beroep daadwerkelijk betekenis heeft voor de betrokkene. Omdat dit niet het geval was, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang van appellant.