ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande, maar het College stelde vast dat zij samenwoonde met haar partner, wat gevolgen had voor haar recht op bijstand. Na een opsporingsonderzoek en verhoren concludeerde het College dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden.
Het College trok de bijstand over de periode 2001-2006 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar vanwege het ontbreken van een regeling voor het afzien van terugvordering bij dringende redenen, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat geen dringende redenen waren gebleken.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. Het College had daarom terecht de bijstand ingetrokken en teruggevorderd. Het stilzitten van het College rechtvaardigde geen beperking van de terugvordering. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het terugvorderingsbeleid af te wijken.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.