ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Weigering langdurigheidstoeslag bij onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant, een bijstandsgerechtigde, vroeg op 19 april 2007 een langdurigheidstoeslag aan op grond van artikel 36 van Pro de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde deze toeslag op 15 juni 2007, met als reden dat appellant onvoldoende had geprobeerd algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. Het bezwaar van appellant werd op 23 augustus 2007 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar sprak het vonnis niet in het openbaar uit, wat in strijd is met artikel 8:78 van Pro de Awb. De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en besloot de zaak zelf af te doen.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de sollicitatieverplichting, mede vanwege een eerder opgelegde maatregel wegens negatieve houding en onvoldoende sollicitatieactiviteiten. Deze maatregel was reeds bevestigd in een andere uitspraak. Appellant voerde geen bijzondere omstandigheden aan die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Verder stelde appellant dat de redelijke termijn was overschreden, maar de Raad concludeerde dat de procedure binnen de redelijke termijn was gebleven volgens artikel 6 EVRM Pro. Een verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van de langdurigheidstoeslag gehandhaafd.