ECLI:NL:CRVB:2009:BK1145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang en overschrijding redelijke termijn AOW-uitkering
Appellant, geboren in 1936 en afkomstig uit Turkije, vroeg in 2001 een AOW-uitkering aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een gedeeltelijk pensioen toe, waarbij niet-verzekerde jaren werden vastgesteld op basis van zijn verblijf in het buitenland en arbeidsongeschiktheidspercentage. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het besluit in strijd was met artikel 6 van Pro Besluit 3/80 en dat hij recht had op een hogere uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang en wees de inhoudelijke grieven af. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, waarvoor een schadevergoeding werd toegekend. Appellant ging in hoger beroep tegen het oordeel over het toepassingsbereik van Besluit 3/80 en tegen het feit dat de uitspraak niet in het openbaar was gedaan.
De Raad oordeelde dat het niet openbaar uitspreken van de uitspraak in strijd was met de Awb, waardoor de uitspraak vernietigd moest worden. De Raad bevestigde dat artikel 6 van Pro Besluit 3/80 niet van toepassing is op de verzekeringsvereisten van de AOW. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn ook in de rechterlijke fase was overschreden, waarna het onderzoek werd heropend met de Staat der Nederlanden als partij voor verdere behandeling van de schadevergoeding.
De Raad veroordeelde de Svb in de proceskosten en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De zaak wordt niet opnieuw aan de rechtbank voorgelegd maar door de Raad zelf afgedaan.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens niet openbaar uitspreken; het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het onderzoek wordt heropend voor behandeling van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.