ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellant heeft op 26 juni 2006 een aanvraag voor bijstand ingediend bij het Centrum voor werk en inkomen en verklaarde te wonen aan een adres te Utrecht. Na een huisbezoek en onderzoek concludeerde het College van burgemeester en wethouders van Utrecht dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Op 10 augustus 2006 werd de aanvraag afgewezen en het bezwaar daarop op 1 november 2006 ongegrond verklaard.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat appellant niet de vereiste duidelijkheid over zijn woonsituatie had gegeven, waardoor de inlichtingenplicht volgens artikel 17 WWB Pro was geschonden en niet kon worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald, maar de Raad kon zich volledig verenigen met het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde de afwijzing van de aanvraag en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt op het opgegeven adres te wonen.