ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek naar benadelingshandeling en sollicitatieprocedure
Betrokkene was incassomedewerker en had een concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. Na beëindiging van het dienstverband vroeg hij een WW-uitkering aan. Appellant kende de uitkering toe, maar betaalde deze pas vanaf een maand later uit vanwege een vermeende benadelingshandeling door het prijsgeven van loonaanspraken over de opzegtermijn.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene geen benadelingshandeling had gepleegd, mede omdat hij tijdens onderhandelingen in een sollicitatieprocedure zat binnen het gebied van het concurrentiebeding. Appellant stelde in hoger beroep dat dit onvoldoende was onderbouwd en dat betrokkene voldoende mogelijkheden had buiten dat gebied te zoeken.
De Raad stelde vast dat betrokkene pas ter zitting de naam van de werkgever in de sollicitatieprocedure bekendmaakte en dat appellant onvoldoende onderzoek had verricht naar deze stellingen. Hierdoor was het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb genomen. De Raad vernietigde het besluit en beval appellant opnieuw te beslissen, inclusief de schadevergoeding. Tevens werden proceskosten aan betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en appellant moet opnieuw beslissen op het bezwaar met inachtneming van de uitspraak.