ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over onvoldoende motivering WGA-uitkering bij jichtaanvallen
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij recht had op een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat het ziekteverzuim door jichtaanvallen niet meer dan 25% van de werktijd zou bedragen. De enkele stelling van de bezwaarverzekeringsarts dat de aanvallen geen weken duren, was onvoldoende.
In hoger beroep voerde het UWV aan dat de rechtbank ten onrechte te veel was uitgegaan van de verklaringen van betrokkene en onvoldoende rekening had gehouden met het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. Het UWV stelde dat nader onderzoek tijdens de procedure had moeten plaatsvinden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zijn standpunt onvoldoende had onderbouwd en dat het nader medisch onderzoek naar de ernst, frequentie en duur van de jichtaanvallen noodzakelijk is. Ook werd aanbevolen om gericht informatie bij de huisarts in te winnen en mogelijk een arbeidskundig onderzoek te verrichten. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en legt het UWV op nader onderzoek te verrichten naar de jichtaanvallen.