ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking van WAO-uitkering met beoordeling medische en arbeidsdeskundige gronden
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 21 december 2005 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat het ontbreken van een zelfstandig medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts niet leidde tot onzorgvuldige besluitvorming. De beperkingen van appellante, waaronder astma en mobiliteitsbeperkingen, waren adequaat beoordeeld en verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De bezwaararbeidsdeskundige had bovendien voldoende gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt waren.
Door het wegvallen van de maximering van de maatman werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%. Het UWV herzag daarop het besluit en stelde de WAO-uitkering dienovereenkomstig vast. De Raad vernietigde het eerdere besluit en verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van schade, proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de uitkering herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.