ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens zonder toepassing vermogensvrijstelling eigen woning
Appellant heeft een aanvraag voor algemene bijstand ingediend die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens van €5.105,00 op het moment van aanvraag. Appellant maakte bezwaar en stelde dat rekening gehouden moest worden met de vermogensvrijstelling voor de eigen woning, maar het College stelde dat er geen overwaarde aanwezig was en de vrijstelling daarom niet toepasbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het in de woning gebonden vermogen berekend wordt door de waarde van de woning te verminderen met de hypothecaire lening en te vermeerderen met de contante waarde van een kapitaalverzekering. Omdat dit vermogen negatief was, was de vermogensvrijstelling terecht niet toegepast.
Verder verwierp de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat appellant geen feitelijke gelijke situatie had aangetoond. Ook het argument dat de lijfrenteverzekering buiten de vermogensbepaling moest blijven, werd verworpen omdat het totale vermogen van appellant nog steeds boven de vrijstellingsgrens lag.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor bijstandsuitkering is terecht afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens zonder toepassing van de vermogensvrijstelling voor de eigen woning.