ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt verwijtbare werkloosheid wegens ongeoorloofd gedrag op werkplek
Betrokkene was werkzaam als Consulent Jongeren bij de gemeente Amsterdam en werd ontslagen wegens ongeschiktheid na ongeoorloofd gedrag op de werkplek, waaronder seksuele toespelingen en het bekijken van pornografische sites. Het Uwv weigerde aanvankelijk de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, wijzigde later de grondslag, maar handhaafde de weigering.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam en betrokkene stelden beroep in tegen het besluit van het Uwv. De rechtbank verklaarde het beroep van het College niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, en oordeelde dat het Uwv onvoldoende had onderbouwd dat betrokkene verwijtbaar werkloos was.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat het College wel procesbelang had en dat het Uwv het besluit onvoldoende zorgvuldig had genomen door het College niet uit te nodigen voor hoorzittingen en stukken niet te verstrekken. De Raad stelde vast dat het gedrag van betrokkene ernstig genoeg was om ontslag te rechtvaardigen en dat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden. Het beroep van het College werd gegrond verklaard, het bezwaar van betrokkene ongegrond en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt gegrond verklaard, het bezwaar van betrokkene ongegrond en het bestreden besluit vernietigd wegens verwijtbare werkloosheid van betrokkene.