ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- P. Ingelse
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand na verkrijging nalatenschap met correctie ingangsdatum
Appellante ontving sinds 1996 bijstand en kreeg op 25 april 2005 een bedrag uit de nalatenschap van haar moeder. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in per 5 oktober 2003 wegens vermogen boven de vermogensgrens, wat werd aangevochten. De rechtbank vernietigde het besluit en stelde dat het College het bezwaar tegen terugvordering niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
De Raad oordeelt dat het College terecht geen rekening hield met een vermeende schuld van € 5.000 aan een kennis, omdat het bestaan van deze schuld onvoldoende aannemelijk was gemaakt. Wel stelt de Raad dat de intrekking niet eerder dan 25 april 2005 kon ingaan, de datum waarop appellante feitelijk over haar nalatenschap kon beschikken.
De Raad vernietigt het besluit van 14 augustus 2007 voor zover het ziet op de intrekking per 1 april 2005 en bepaalt de intrekking per 25 april 2005. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt vastgesteld op 25 april 2005 in plaats van 1 april 2005 en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.