ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering met in stand laten rechtsgevolgen
Appellante stelde zich op het standpunt dat de intrekking van haar WAO-uitkering onterecht was en dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand hadden mogen blijven, mede omdat zij de zitting niet kon bijwonen. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, het intrekkingsbesluit vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten, omdat het UWV het beleid omtrent heropening van uitkeringen op consistente wijze had toegepast.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de beleidsregels die het UWV hanteert als buitenwettelijk begunstigend beleid moeten worden gezien en dat dit beleid terughoudend getoetst dient te worden. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat het beleid consistent is toegepast en dat de uitkering terecht pas per 30 juni 2006 heropend moet worden.
Ook wijst de Raad het verweer van appellante af dat de rechtsgevolgen niet in stand hadden mogen blijven vanwege haar afwezigheid bij de zitting. De wet biedt de rechter de mogelijkheid om de rechtsgevolgen in stand te laten indien vernietiging geen praktisch resultaat oplevert, wat hier het geval is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.