ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding onder WWB
Het College van burgemeester en wethouders van Purmerend stelde betrokkene aansprakelijk voor terugvordering van bijstandskosten die aan [A.] waren verstrekt, op grond van een vermeende gezamenlijke huishouding vanaf 1 maart 1999. Dit was gebaseerd op een onderzoek van de sociale recherche na een anonieme tip en getuigenverklaringen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit omdat het bewijs onvoldoende was om de gezamenlijke huishouding vanaf 1 maart 1999 aan te nemen, maar erkende wel een gezamenlijke huishouding vanaf 15 april 2005. Het College ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het College zich niet langer kon beroepen op het gezamenlijke hoofdverblijf alleen en dat ook zorg voor elkaar en bijdrage aan de huishouding moest worden aangetoond. Het bewijs van de sociale recherche en getuigen was onvoldoende om de gezamenlijke huishouding vanaf 1 maart 1999 vast te stellen. Daarom was het besluit van 23 augustus 2006 niet zorgvuldig en werd het vernietigd. Het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van betrokkene ten bedrage van €644 en legde griffierecht op van €428. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 juni 2009.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand vanaf 1 maart 1999 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding; nieuw besluit op bezwaar is vereist.