Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2567

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/5508 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep WWB

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen inzake een WWB-zaak. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.

Appellant heeft hiertegen verzet gedaan. Tijdens de zitting verscheen appellant persoonlijk, terwijl het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam zich niet liet vertegenwoordigen.

De Raad overweegt dat appellant de brieven over het griffierecht heeft ontvangen en overleg heeft gepleegd met een advocaat, maar is vergeten het griffierecht te betalen. Dit verzuim kan aan appellant worden toegerekend. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Er wordt geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

08/5508 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 11 augustus 2008, 07/450 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam (hierna: College)
Datum uitspraak: 7 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 27 januari 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 27 januari 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2009. Appellant is in persoon verschenen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 januari 2009, waarnaar de Raad verwijst, berust - kort weergegeven - op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij aangetekende brief van 30 oktober 2008 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht niet is betaald. Hetgeen appellant in verzet heeft aangevoerd kan niet leiden tot het oordeel dat het verzuim appellant niet kan worden tegengeworpen. Immers, zoals appellant ter zitting verklaard heeft, heeft hij de brieven van 29 september 2008 en 30 oktober 2008 omtrent de verschuldigdheid van het griffierecht ontvangen. Hij heeft overleg gepleegd met een advocaat en is vergeten het griffierecht te voldoen. Daarom kan het feit dat het griffierecht niet tijdig is betaald aan appellant worden toegerekend.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en R. Kooper en O.L.H.W.I. Korte als leden, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2009.
(get.) C. van Viegen.
(get.) N.L.E.M. Bynoe.
NK