ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens vermeende partijdigheid rechter in hoger beroep WWB-zaken
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de voorzieningenrechter in twee WWB-zaken en verzocht om toepassing van artikel 8:32, tweede lid, Awb, wat werd afgewezen door mr. Van Viegen, de behandelende voorzieningenrechter. Vervolgens vroeg verzoekster wraking van mr. Van Viegen wegens vermeende partijdigheid, onder meer omdat hij niet reageerde op een brief waarin zij onjuistheden in het proces-verbaal aan de orde stelde.
De Raad overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij feiten en omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor partijdigheid of de schijn daarvan. De weigering om toepassing te geven aan artikel 8:32 Awb Pro betreft een procedurele beslissing die op zichzelf geen wrakingsgrond vormt. Ook het uitblijven van een reactie op de brief van verzoekster was onvoldoende om partijdigheid aan te nemen.
Daarom concludeerde de Raad dat geen sprake was van (schijn van) partijdigheid en wees het verzoek om wraking af. Tevens werd opgemerkt dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van mr. Van Viegen wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid.