ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ziekengeld wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen en het besluit om zijn recht op ziekengeld te beëindigen. De rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn psychische klachten en fysieke beperkingen, en dat de geselecteerde functies te zwaar zijn.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht en dat er geen aanwijzingen zijn voor een psychisch ziektebeeld zoals depressie of angststoornis. De bezwaarverzekeringsarts bevestigt dat de beperkingen, onder meer ten aanzien van staan en lopen, adequaat zijn vastgesteld en gemotiveerd. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt voor appellant.
Ten aanzien van het beëindigen van het ziekengeld oordeelt de Raad dat er geen sprake is van gewijzigde beperkingen sinds de weigering van de WIA-uitkering. De functies waarop de beoordeling is gebaseerd, zijn nog steeds passend. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraken en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van het recht op ziekengeld wegens voldoende medische grondslag.