ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand salariskosten bewindvoerder
Appellante, een bijstandsgerechtigde onder de WWB, vroeg bijzondere bijstand aan voor de salariskosten van haar bewindvoerder in het kader van de schuldsaneringsregeling (WSNP). Het Dagelijks Bestuur wees deze aanvraag af omdat de kosten volgens hen niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en omdat het salaris uit de boedel betaald moest worden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het Dagelijks Bestuur onvoldoende individuele beoordeling heeft verricht zoals vereist onder artikel 35 van Pro de WWB. De Raad stelt dat eerst moet worden vastgesteld of de kosten zich voordoen, vervolgens of ze noodzakelijk zijn in het individuele geval en of ze voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Pas daarna kan worden beoordeeld of de kosten uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan.
De Raad constateert dat het Dagelijks Bestuur deze stappen niet heeft gevolgd en dat het besluit daardoor niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, in strijd met de Awb. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de uitspraak wordt vernietigd. De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Dagelijks Bestuur in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. Een verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen vanwege de noodzaak van nadere besluitvorming.
Uitkomst: Het besluit van het Dagelijks Bestuur wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen met inachtneming van de uitspraak.