ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meende dat haar beperkingen werden onderschat en dat het medische onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd. Zij voerde aan dat de Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen niet werd gevolgd en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld. Tevens oordeelde de rechtbank dat de voorgehouden functies passend waren, hoewel enkele signaleringen pas in beroep afdoende waren gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze conclusies en vond geen aanleiding tot twijfel aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en bevestigde dat appellante in staat is de voorgehouden functies uit te oefenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het medische onderzoek zorgvuldig was en appellante in staat is de voorgehouden functies te verrichten.