ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens professionele hennepkwekerij en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand volgens de WWB-norm voor een alleenstaande. Op 2 november 2006 trof de politie in zijn woning een in werking zijnde hennepkwekerij aan met 280 planten en 34 assimilatielampen. Appellant verklaarde de kwekerij ongeveer zes weken eerder te zijn gestart.
Het College van burgemeester en wethouders besloot op 5 december 2006 de bijstand over de periode van 21 september tot 2 november 2006 in te trekken vanwege schending van de inlichtingenverplichting en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen inkomsten uit de kwekerij had ontvangen en dat hij bedreigd was, maar kon dit niet met objectieve gegevens onderbouwen. De Raad oordeelde dat het starten en exploiteren van een hennepkwekerij een relevante omstandigheid is voor bijstandverlening, ongeacht of er al inkomsten zijn.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het terugvorderingsbeleid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie van een professionele hennepkwekerij en schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.