ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en maatmanloon directeur-grootaandeelhouder met chronische aandoeningen
Appellant, directeur-grootaandeelhouder, meldde zich ziek vanwege diabetes, hypertensie en spanningen. Het UWV kende hem een WAZ-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat uiteindelijk werd vastgesteld op 55 tot 65%. Appellant voerde in hoger beroep aan dat ten onrechte geen medische urenbeperking was vastgesteld en dat de geduide functies zijn belastbaarheid overschrijden.
De Raad oordeelt dat het UWV, gesteund door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, terecht geen urenbeperking heeft vastgesteld. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidskundige rapportages tonen aan dat appellant de functies conciërge, machinaal verspaner en wikkelaar kan verrichten binnen zijn beperkingen. Kritiek op het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en op de invulling van de FML, met name punt 2.10 over vervoer, worden verworpen.
Verder is vastgesteld dat het maatmanloon correct is bepaald op het laatst genoten loon voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid, zonder vakantietoeslag, omdat appellant deze niet ontving. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Een vordering tot schadevergoeding wegens zoekraken van een dossier is niet aan de orde in deze procedure.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van 22 juni 2007 wordt bevestigd.