ECLI:NL:CRVB:2007:BA6375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling maatman en maatmanloon directeur-grootaandeelhouder in WAO-zaak
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een horecaonderneming, vroeg een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast en wees de uitkering af omdat deze minder dan de wettelijke drempels bedroeg. In hoger beroep betwistte appellant de vaststelling van het maatman en maatmanloon door het UWV.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht uitging van het feitelijke loon van appellant, bestaande uit de fiscale bijtelling van de auto van de zaak, als maatmanloon. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van dit loon rechtvaardigden, ondanks dat appellant geen beloning ontving vanwege eerdere verliezen of dat er voldoende winst was om een hoger loon toe te kennen.
De Raad concludeerde dat het maatmanloon van € 1,01 per uur correct was vastgesteld en dat, ongeacht de exacte maatman, er geen verlies aan verdiencapaciteit kon worden vastgesteld. Tevens werd benadrukt dat vrijwillige WAO-verzekering niet automatisch recht geeft op uitkering zonder juiste vaststelling van het maatmanloon.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd, waarmee het beroep van appellant ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het maatmanloon terecht heeft vastgesteld op € 1,01 per uur, waardoor geen recht op uitkering bestaat.