ECLI:NL:CRVB:2009:BI6812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering wegens geschiktheid voor gangbare functies en vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant, voormalig exploitant en directeur-grootaandeelhouder van een onderneming, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door de ziekte van Crohn met een eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 6 juli 2001. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant met zijn beperkingen in staat werd geacht gangbare functies te vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en de medische en arbeidskundige beoordeling. In hoger beroep betwistte appellant deze conclusies, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank. De arbeidsbeperkingen zijn adequaat vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de geselecteerde functies zijn actueel en passend volgens het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De Raad oordeelde dat het CBBS transparant en toetsbaar is en dat de signaleringen binnen het systeem adequaat functioneren. De belasting van de functies valt binnen de mogelijkheden van appellant, die daarom geacht wordt deze functies te kunnen verrichten. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat er geen reden is voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in deze fase van het hoger beroep, maar besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.