ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens verkoop van fietsen met onjuiste terugvorderingsperiode
Appellanten ontvingen sinds 1997 bijstand en werden in 2006 geconfronteerd met een herzienings- en terugvorderingsbesluit vanwege niet gemelde inkomsten uit de verkoop van opgeknapte fietsen. Het College stelde aanvankelijk de terugvordering vast over de periode van 1 november 2002 tot en met 31 juli 2005, waarbij een herstelperiode van een half jaar na een hartoperatie werd gehanteerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat appellant al vanaf 1 november 2002 met de werkzaamheden was begonnen, en stelt het startpunt van de terugvordering vast op 1 juli 2003. Het College was niet bevoegd de bijstand over de eerdere periode te herzien en terug te vorderen. De Raad vernietigt het besluit voor die periode en herroept het eerdere besluit.
De terugvordering wordt vastgesteld op € 8.179,22 voor de periode van 1 juli 2003 tot en met 31 juli 2005. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellanten in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt beperkt tot de periode 1 juli 2003 tot en met 31 juli 2005 en het eerdere besluit over de periode 1 november 2002 tot 30 juni 2003 wordt vernietigd.