ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit eigen bijdrage AWBZ zonder rekening te houden met schuldsaneringsregeling
Appellant verbleef van 29 augustus 2005 tot en met 30 december 2005 in een AWBZ-verpleeginstelling. CZ stelde de eigen bijdrage definitief vast op €475,32 per maand, zonder rekening te houden met de schuldsaneringsregeling van de echtgenote van appellant. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden om de schuldsaneringsregeling mee te wegen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat het bijdrageplichtig inkomen lager had moeten worden vastgesteld vanwege de schuldsaneringsregeling, waardoor feitelijk minder inkomen beschikbaar was. De Raad overwoog dat het Besluit een uitputtende regeling bevat omtrent het bijdrageplichtig inkomen en dat de schuldsaneringsregeling daarin niet is opgenomen als relevant gegeven.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de wettelijke bepalingen geen mogelijkheid bieden om rekening te houden met de schuldsaneringsregeling bij de vaststelling van de eigen bijdrage. Ook werd geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van deze dwingendrechtelijke regels rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.