ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding melkrobots en kalverdrinkautomaat wegens adequaat alternatief met andere materialen
Appellant, een melkveehouder en akkerbouwer met contacteczeem veroorzaakt door rubber, vroeg op grond van de Wet REA vergoeding voor de aanschaf van twee melkrobots en een kalverdrinkautomaat. Het UWV wees de aanvraag af omdat het vervangen van rubberen onderdelen door siliconen of kunststof een goedkopere en adequate oplossing was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het dragen van handschoenen onvoldoende was, maar vervanging van rubber door andere materialen wel adequaat en goedkoper was.
In hoger beroep stelde appellant dat het ten tijde van de aanvraag niet mogelijk was alle rubberen onderdelen te vervangen en dat het UWV de kosten van siliconen melkslangen moest vergoeden. De Raad concludeerde echter dat uit stukken en getuigenverklaringen bleek dat vervanging mogelijk was en dat siliconen melkslangen in 2004 verkrijgbaar waren. Bovendien betrof de aanvraag melkrobots en een kalverdrinkinstallatie, niet siliconen melkslangen.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde het oordeel dat de goedkoopste adequate voorziening leidend is. Omdat de aangevraagde voorzieningen niet de goedkoopste adequate waren en er geen disproportionele of concurrentievervalsendheid was, werd het hoger beroep afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van vergoeding voor melkrobots en kalverdrinkautomaat wordt bevestigd.