ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beoordeling en bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar
Appellante was sinds 1 maart 2002 in vaste dienst bij de gemeente Arnhem als ambtenaar. Na ziekte hervatte zij haar werkzaamheden op een andere locatie. Over de periode van 15 juli 2003 tot 1 september 2003 werd een beoordeling opgesteld die feitelijk slechts één maand besloeg. De Raad oordeelde dat deze beoordeling te kort was en niet in overeenstemming met gemaakte afspraken, waardoor het besluit en de daarop gebaseerde uitspraak vernietigd werden.
Desondanks oordeelde de Raad dat het college zich terecht op het standpunt stelde dat appellante ongeschikt was voor haar functie. Dit was gebaseerd op een onaantastbare beoordeling over de periode september 2003 tot maart 2004 en andere gedingstukken waaruit bleek dat haar functioneren, zowel inhoudelijk als qua houding, onvoldoende was. Appellante had ondanks inwerkprogramma's en voortgangsgesprekken onvoldoende verbetering getoond.
Het college was bevoegd om appellante wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid te ontslaan zonder verplichting tot herplaatsingspogingen. Het beroep tegen het ontslag werd daarom voor het overige ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De beoordeling over een te korte periode wordt vernietigd, maar het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.