ECLI:NL:CRVB:2015:3976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag wegens onbekwaamheid en duurzame arbeidsverstoringen bij Inspectie Jeugdzorg
Appellante was sinds 1998 werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, laatstelijk als [naam functie A] bij de Inspectie Jeugdzorg. Na herhaalde kritiek op haar communicatieve vaardigheden volgde zij een begeleidingstraject, maar verbetering bleef uit. In 2011 verleende de minister haar ontslag primair wegens onbekwaamheid en subsidiair wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel voor zover het ontslag op onbekwaamheid is gebaseerd. De Raad oordeelt dat appellante onvoldoende kans is geboden haar functioneren te verbeteren, waardoor het primaire ontslagbesluit niet standhoudt.
Tegelijkertijd bevestigt de Raad dat de langdurige en ernstige verstoring van de arbeidsverhouding tussen appellante en haar leidinggevenden en collega’s een toereikende grond vormt voor ontslag. Appellante weigerde constructief mee te werken aan detachering en outplacement, waardoor voortzetting van het dienstverband niet van de minister kan worden gevergd.
De Raad veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en vernietigt het deel van het besluit dat gebaseerd is op onbekwaamheid, terwijl het ontslag op de subsidiaire grond overeind blijft.
Uitkomst: Het ontslag wegens onbekwaamheid wordt vernietigd, het ontslag wegens duurzame arbeidsverstoringen blijft in stand.