ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na erfenis ondanks termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet, later de Wet werk en bijstand. Na het overlijden van zijn vader in 1998 ontving appellant een erfenis waarvan een deel in 2001 werd uitgekeerd. Het College van burgemeester en wethouders vorderde op basis hiervan bijstand terug over de periode 1998-2000.
Na vernietiging van een eerder besluit door de rechtbank, stelde het College een nieuw besluit vast waarin de terugvordering werd beperkt tot een kortere periode en een lager bedrag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant geen inhoudelijke bezwaren tegen het besluit of de hoogte van de terugvordering aan, maar wees op een overschrijding van de wettelijke termijn voor het nemen van het besluit. De Raad oordeelde dat deze termijnoverschrijding niet leidt tot onrechtmatigheid van het besluit zelf en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en benadrukte dat appellant de mogelijkheid had om tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar op te treden, wat niet was gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af.