ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onjuiste vermogensbeoordeling en onvolledig terugvorderingsbesluit
Appellante ontving bijstand sinds 2003, die in 2006 werd ingetrokken vanwege vermeerd vermogen door een storting van €30.000,-- op haar bankrekening, afkomstig uit de verkoop van een woning en grondbezit in Turkije.
De Raad stelt vast dat de intrekking niet beperkt was tot de juiste periode en dat het vermogen slechts gedurende een beperkt deel van die periode boven de grens lag. Ook ontbraken controleerbare gegevens over de herkomst en besteding van het bedrag, waardoor appellante haar inlichtingenplicht schond.
Het besluit tot terugvordering vermeldde niet het terug te vorderen bedrag, waardoor het geen besluit in de zin van de Awb is. Het latere terugvorderingsbesluit van maart 2009 moet nader worden gespecificeerd en het College moet daarop een beslissing nemen.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit tot intrekking voor zover het de intrekking betreft vanaf 2 mei 2006, laat de rechtsgevolgen daarvan in stand en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Besluit tot intrekking van bijstand vernietigd wegens onjuiste vermogensbeoordeling, terugvorderingsbesluit onvolledig, rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.