ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand en werden geconfronteerd met besluiten van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 augustus 2000 tot en met 31 december 2002, gebaseerd op het aannemen van een gezamenlijke huishouding.
Na huisbezoeken en onderzoek door ambtenaren ontstond twijfel over de juistheid van de verstrekte informatie over de woonsituatie. Appellanten betwistten de rechtmatigheid van de huisbezoeken en de geldigheid van de verklaringen die tijdens deze bezoeken waren opgenomen.
De Raad oordeelde dat het eerste bezoek geen huisbezoek was in de juridische zin en dat er redelijke grond was voor het vervolgonderzoek. Echter, de wijze waarop de verklaring over de gezamenlijke huishouding was vastgelegd was onzorgvuldig en onvoldoende betrouwbaar. Hierdoor ontbrak een deugdelijke grondslag voor de intrekking en terugvordering van de bijstand over de genoemde periode.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden vernietigd, de beroepen van appellanten gegrond verklaard en de besluiten van het College herroepen voor zover zij de periode 1 augustus 2000 tot en met 31 december 2002 betroffen. Het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand over 2000-2002 worden vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek en ontbreken deugdelijke grondslag.