ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering verlegging peiljaar inkomensbepaling studiefinanciering na gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging melkveehouderij
Betrokkenen exploiteerden een gemengd agrarisch bedrijf met melkveehouderij en akkerbouw. In 2005 verkochten zij ongeveer een derde van hun melkquotum en het bijbehorende melkvee, wat leidde tot een aanzienlijke winst dat jaar. Deze verkoop werd fiscaal aangemerkt als een gedeeltelijke staking van de onderneming, waarbij stakingswinst werd toegekend.
Appellante, de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, weigerde bij besluiten van 31 oktober 2007 het peiljaar voor de veronderstelde ouderlijke bijdrage over 2007 te verleggen van 2005 naar 2006. De reden was dat de inkomensdaling in 2006 werd gezien als een normale inkomensschommeling bij de gekozen wijze van inkomensverwerving.
De rechtbank had dit besluit vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verkoop van het melkquotum en melkvee moet worden beschouwd als een definitieve gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging. Hierdoor is de hoge winst in 2005 en de daaropvolgende daling in 2006 geen normale inkomensschommeling. Het hoger beroep van appellante faalt en de eerdere uitspraak wordt bevestigd. Tevens werd appellante veroordeeld in de proceskosten van betrokkenen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het peiljaar voor de inkomensbepaling blijft 2005, omdat de inkomensdaling in 2006 geen normale inkomensschommeling is.