ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beperkingen en uitkeringsbesluit WAO na deskundigenrapportage
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 14 februari 2006 in te trekken, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellante had onderschat, mede op basis van een rapportage van een deskundige psychiater.
In hoger beroep stelde appellante dat zij onterecht het recht was onthouden te reageren op een rapportage van het UWV en dat de deskundige psychiater haar beperkingen volledig onderschreef. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek niet gesloten was en dat het UWV terecht stukken had ingediend. Tevens volgde de Raad het oordeel van de deskundige psychiater niet volledig, omdat de rechtbank terecht bepaalde belastingen buiten beschouwing had gelaten.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die zouden rechtvaardigen af te wijken van het oordeel van de onafhankelijke deskundige en concludeerde dat de beperkingen van appellante correct waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het beroep tegen het besluit van 6 april 2009 werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 april 2009 wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.