ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over betalingsherinnering bij terugvordering bijstand
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen betreffende de herziening en terugvordering van bijstand over de periode juni tot en met augustus 2005.
Het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordoost had bij besluit van 20 juli 2006 de bijstand herzien en een bedrag van € 2.005,31 bruto teruggevorderd, na verrekening van vakantiegeld resteerde € 1.955,22. Appellant werd verzocht dit bedrag binnen 30 dagen over te maken, met de waarschuwing dat het besluit direct uitvoerbaar was en executiemaatregelen zouden volgen bij niet-naleving.
Na bezwaar werd dit besluit door het Dagelijks Bestuur bevestigd. Vervolgens stuurde het bestuur een brief met een betalingsherinnering van 12 december 2006, waarin opnieuw werd verzocht tot betaling binnen 30 dagen en werd gewezen op de uitvoerbaarheid van het oorspronkelijke besluit. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit bevatte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de brief van 12 december 2006 slechts een informatieve betalingsherinnering is en geen nieuw besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het stellen van een nieuwe termijn verandert hier niets aan. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de betalingsherinnering geen nieuw besluit is en wijst het hoger beroep af.