ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag met terugwerkende kracht wegens bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds december 1987 wegens ziekte niet meer in Nederland werkt en teruggekeerd is naar Marokko, vroeg om toekenning van kinderbijslag met terugwerkende kracht. Na een langdurige procedure werd hem in 2002 een WAO-uitkering toegekend met ingang van 14 december 1988. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe vanaf het eerste kwartaal van 1998, wat appellant betwistte en verlenging tot 1994 kreeg toegewezen na bezwaar.
Appellant vorderde vervolgens kinderbijslag vanaf 1987, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellant in een brief van 21 mei 1990 de Svb had geïnformeerd over een lopende WAO-procedure, wat als een eerste daad van veiligstellen geldt. Gezien recente uitspraken van de Raad van 16 april 2009, waarin werd geoordeeld dat bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven om af te wijken van het beleid van maximaal vijf jaar terugwerkende kracht, kon het bestreden besluit niet in stand blijven.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd bepaald dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank moet een nieuwe beslissing nemen waarbij kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf 1990 wordt heroverwogen.