ECLI:NL:CRVB:2009:BI1498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Toekenning van kinderbijslag met terugwerkende kracht bij WAO-uitkering
Appellant, met Marokkaanse nationaliteit, was tussen 1975 en 1985 werkzaam in Nederland en meldde zich in 1985 arbeidsongeschikt. Na toekenning van een WAO-uitkering met terugwerkende kracht tot 1986, vroeg hij vanaf 1985 kinderbijslag aan, die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd geweigerd omdat hij toen niet verzekerd was. In 2003 werd kinderbijslag toegekend vanaf 2001, waarna appellant bezwaar maakte en vroeg om toekenning vanaf 1985.
De Svb kende kinderbijslag toe met terugwerkende kracht tot 1997, met als argument dat vijf jaar terugwerkende kracht het beleid was. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens ondeugdelijke motivering. In hoger beroep stelde appellant dat hij al eerder dan 1999 de Svb had geïnformeerd over zijn WAO-aanvraag en dat de redelijke termijn was overschreden, met verzoek om schadevergoeding.
De Raad constateerde dat de Svb al in 1991 op de hoogte was van de WAO-aanvraag en dat het beleid van de Svb om terugwerkende kracht te beperken tot vijf jaar niet passend is bij bijzondere omstandigheden zoals bij appellant, die door een daad van veiligstellen eerder aanspraak kon maken. Daarom moet de Svb met toepassing van artikel 4:84 Awb Pro van het beleid afwijken en een nieuwe beslissing nemen. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in procedure genomen.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd en zij wordt verplicht een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van bijzondere omstandigheden en de datum van veiligstellen.