ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 26 juni 2003, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%. In hoger beroep voerde zij aan dat haar beperkingen, waaronder hyperventilatie, waren onderschat en overhandigde aanvullende informatie van Psychosofia en huisartsenrapportages.
De Raad overwoog dat de informatie van Psychosofia volgens vaste rechtspraak onvoldoende aanleiding geeft om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsartsen. Ook de huisartseninformatie en medicatiegegevens boden geen aanknopingspunten voor een andere beoordeling. De arbeidskundige onderbouwing werd in hoger beroep als toereikend beschouwd.
De Raad vernietigde het eerdere oordeel dat het UWV een nieuw besluit moest nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit volledig in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand en het beroep wordt afgewezen.