ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellant betwistte de intrekking en herziening van zijn WAZ-uitkering door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 55 tot 65%. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens onvoldoende medisch onderzoek en motivering, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat in lijn was met de medische gegevens en functionele mogelijkhedenlijst. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat en dat de functies zijn belastbaarheid overschreden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat appellant medisch meer beperkt was dan aangenomen en dat de functies passend waren. De Raad onderschreef de eerdere motiveringen van de rechtbank en verwierp de grieven van appellant. Tevens werd beoordeeld of de redelijke termijn was overschreden. Hoewel de bezwaar- en beroepsfase lang duurde, was er geen schending van artikel 6 EVRM Pro, maar de Raad stelde vast dat het UWV de totale overschrijding van de redelijke termijn moest dragen.
De Raad kende appellant een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens de overschrijding en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt de noodzaak van zorgvuldige medische beoordeling en tijdige besluitvorming bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding aan appellant.