ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4928
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Weigering buitengewoon pensioen wegens onvoldoende bewijs ernstige oorlogsverstoring
Appellante, geboren in 1944, verzocht in januari 2005 om een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, stellende dat zij door het verzet van haar moeder lichamelijk en geestelijk letsel had opgelopen. Verweerster wees het verzoek af op basis van een negatieve verklaring van de Centrale Bestuurscommissie en het oordeel dat appellante niet tot de daarvoor in aanmerking komende categorieën behoorde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zij als baby aan spanningen en angsten was blootgesteld door het verzetswerk van haar moeder, wat haar geestelijke ontwikkeling had geschaad. Zij betwistte ook de deugdelijkheid van het medische advies waarop het besluit was gebaseerd.
De Raad overwoog dat het advies van de geneeskundig adviseur, ondersteund door een psychiatrisch rapport, geen aanwijzingen gaf voor een ernstige verstoring van de levensomstandigheden tijdens de oorlogsjaren. De psychische problematiek van appellante werd toegeschreven aan naoorlogse opvoedingsproblemen en secundaire traumatisering, niet aan oorlogsgerelateerde gebeurtenissen. De Raad vond het besluit deugdelijk gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van buitengewoon pensioen wordt ongegrond verklaard.