ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4974

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1755 AOR + 08-1756 AOR
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak

Verzoekers hebben bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere onherroepelijke uitspraak. De Raad heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht, waarbij is vastgesteld dat verzoekers niet zijn verschenen bij de zitting en dat het bestuur zich heeft laten vertegenwoordigen.

Volgens vaste rechtspraak is het bijzondere rechtsmiddel van herziening uitsluitend bedoeld voor gevallen waarin nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De Raad heeft in de aangevoerde gronden geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden kunnen ontdekken.

Daarom concludeert de Raad dat het verzoek om herziening is bedoeld om een hernieuwde discussie te voeren over reeds bekende gegevens, wat niet is toegestaan. Het verzoek wordt derhalve afgewezen. Tevens is geen aanleiding gevonden om proceskosten toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 juli 2009 en is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/1755 AOR en 08/1756 AOR
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker] en [vezoekster], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoekers),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 november 2007, 07/2021 AOR en 07/2022 AOR
in het geding tussen:
verzoekers
en
het bestuur van de Stichting het Gebaar (hierna: het bestuur)
Datum uitspraak: 23 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoekers hebben om herziening verzocht.
Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2009. Daar zijn verzoekers, zoals bericht, niet verschenen. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.A.E. van der Jagt, advocaat te ’s-Gravenhage.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend, tot een ander uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
2. In hetgeen verzoekers hebben aangevoerd heeft de Raad geen feiten of omstandigheden kunnen ontdekken die voldoen aan de hiervoor onder 1.1 genoemde voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Awb. De Raad kan dan ook niet anders dan vaststellen dat verzoekers met het onderhavige verzoek hebben beoogd op basis van reeds bekende gegevens een hernieuwde discussie te voeren.
3. Het voorgaande betekent dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2009.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) K. Moaddine.
HD