ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vergoeding loonschade na onrechtmatig loondoorbetalingsbesluit en dubbele uitkering
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het UWV werd veroordeeld tot schadevergoeding aan betrokkene wegens een onrechtmatig besluit tot loondoorbetaling aan een werkneemster over de periode van 20 februari 2004 tot 20 juni 2004.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van de resterende schade van €5.268,28 plus wettelijke rente. Het UWV stelde in hoger beroep dat het niet aansprakelijk was, maar uit coulance bereid was 70% van het doorbetaalde loon te vergoeden. Tevens stelde het UWV dat betrokkene eerst de werkneemster moest aanspreken voor terugbetaling van het loon, aangezien de werkneemster ook een WAO-uitkering ontving over dezelfde periode.
De Raad sluit aan bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht en oordeelt dat het UWV in beginsel aansprakelijk is voor de loonschade, maar dat betrokkene redelijkerwijs de werkneemster moet aanspreken om dubbele vergoeding te voorkomen. Het UWV dient daarom 70% van het doorbetaalde loon minus de WAO-uitkering en werkgeverslasten aan betrokkene te vergoeden, wat neerkomt op een bedrag van €824,81 plus wettelijke rente.
De Raad bevestigt hiermee het oordeel van de rechtbank, met aanpassing van het bedrag en de voorwaarden voor vergoeding, en wijst vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het UWV moet aan betrokkene 70% van het doorbetaalde loon minus de WAO-uitkering en werkgeverslasten vergoeden, totaal €824,81 plus wettelijke rente.