ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4978
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening indicatie huishoudelijke verzorging AWBZ
Verzoeker, gediagnosticeerd met schizotypische persoonlijkheidsstoornis en paranoïde waanstoornis, vroeg op 6 juni 2006 een indicatie aan voor Activerende Begeleiding en later ook voor Huishoudelijke Verzorging (HV) klasse 6. Het CIZ verklaarde het bezwaar tegen een eerder besluit ongegrond en de rechtbank bevestigde dit, waarbij het beroep op het HV-besluit werd doorgestuurd als bezwaar.
Verzoeker stelde dat de lange duur van het hoger beroep zijn gezondheid schaadt en vroeg om een voorlopige voorziening die het CIZ zou verplichten een indicatie voor HV toe te kennen tot zes weken na de uitspraak in de bodemzaak. De voorzieningenrechter oordeelde dat de indicatie voor HV in hoger beroep aan de orde kan zijn, maar dat het spoedeisend belang ontbrak.
De psycholoog van verzoeker gaf aan dat de lange duur van het proces gezondheidsrisico's meebrengt, maar dit was onvoldoende om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. Ook de financiële stelling van verzoeker over gemaakte kosten voor HV werd niet aannemelijk geacht. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.