ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en toekenning WIA-uitkering
Appellant was sinds 31 december 2003 niet meer werkzaam en meldde zich op 6 april 2004 ziek vanwege psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde. Het UWV wijzigde het besluit en kende een WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het gewijzigde besluit af. In hoger beroep stelt appellant dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom recht heeft op een IVA-uitkering. De Raad overweegt dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke inschatting moet maken van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid en de kans op herstel.
De rapportages van de bezwaarverzekeringsarts bieden volgens de Raad onvoldoende onderbouwing voor het standpunt van het UWV dat er een redelijke verwachting op verbetering was. De Raad vernietigt het besluit wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering en beveelt het UWV aan een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met een zorgvuldige motivering over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.