Eiseres ontvangt sinds 2013 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV verklaarde het UWV aanvankelijk dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering, maar wijzigde dit later en besloot de uitkering voort te zetten. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij recht heeft op een IVA-uitkering vanwege duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is, maar dat het beroep tegen het gewijzigde besluit gegrond is wegens een motiveringsgebrek. De verzekeringsarts B&B had onvoldoende gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn, met name door onvoldoende concrete onderbouwing van de kans op herstel en het effect van behandelingen.
De rechtbank wijst erop dat de beoordeling van duurzaamheid moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van individuele omstandigheden en mogelijke behandelresultaten. Het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.