ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over woonadres
Appellant heeft op 5 april 2006 een aanvraag om bijstand ingediend bij het College van burgemeester en wethouders van Vlaardingen. Na onderzoek bleek dat appellant niet verbleef op het door hem opgegeven adres en dat hij zijn woning ongeveer twee maanden eerder geheel had ontruimd vanwege een huurschuld. Het College wees de aanvraag af wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep heeft appellant betwist dat hij de woning al had ontruimd, maar kon hiervoor geen objectieve gegevens aandragen. Schriftelijke verklaringen van familieleden en correspondentie met de deurwaarder boden onvoldoende bewijs dat appellant in de relevante periode daadwerkelijk in de woning verbleef.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over zijn woonsituatie, wat een essentiële voorwaarde is voor het recht op bijstand. Hierdoor kon het College de afwijzing van de aanvraag terecht handhaven. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over het feitelijke woonadres.