ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5677
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over vaststelling grondslag periodieke uitkering op basis van onjuiste veronderstelling werkzaamheden appellant
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin de grondslag voor zijn periodieke uitkering werd vastgesteld op basis van het beroep van onbezoldigd directeur van een reisbureau. Appellant betwistte deze grondslag en stelde dat hij nooit als directeur werkzaam is geweest, maar dat het reisbureau alleen door zijn echtgenote en dochter werd gerund.
De Raad concludeerde dat er geen gegevens waren die aantonen dat appellant daadwerkelijk als directeur heeft gewerkt. De veronderstelling van verweerster dat appellant als mede-aandeelhouder ook werkzaam zou zijn geweest, werd door de Raad als onvoldoende basis beschouwd voor de grondslagvaststelling volgens artikel 8, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
Daarom oordeelde de Raad dat het bestreden besluit niet stand kan houden wegens strijd met het motiveringsbeginsel en vernietigde het besluit. Verweerster werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd verweerster veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.