ECLI:NL:CRVB:2012:BV6273
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op wijziging grondslag periodieke uitkering op basis van werkstaken uit 1994
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), stelde dat de grondslag voor zijn periodieke uitkering niet moest worden vastgesteld naar het peiljaar 2006, maar naar 1994, het jaar waarin hij zijn werk als directeur marketing zou hebben moeten staken wegens psychische klachten.
De Raad oordeelde dat er geen medische gegevens of andere aanknopingspunten waren die het standpunt van appellant ondersteunden dat zijn werkzaamheden in 1994 waren beëindigd vanwege causale psychische problematiek. Integendeel, uit het sociaal rapport bleek dat appellant tot 1996 nog werkzaam was als PR-consultant en daarna onbezoldigde werkzaamheden verrichtte in Indonesië.
Verweerder had daarom terecht de grondslag van de uitkering vastgesteld op basis van artikel 8, vijfde lid, van de Wuv, waarbij appellant niet meer was aangewezen op inkomsten uit arbeid in beroep of bedrijf vanaf 1994. De verklaring van een voormalig direct leidinggevende, die geen medisch inzicht kon verschaffen, deed hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 februari 2012.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de grondslag voor de uitkering blijft ongewijzigd.